Het verbouwen van uw eigen huis is nog nooit zo voordelig geweest.
Minister van Financiën, Jan Kees de Jager heeft vooruitlopend op het Belastingplan 2011 verschillende tijdelijke maatregelen bekend gemaakt om de woningmarkt een impuls te geven.
De kosten voor deze maatregelen bedragen bedraagt € 195 miljoen. Dit bedrag wordt gefinancierd uit het potje van de tijdelijke maatregel ‘incidentele energie-investeringsaftrek’ waar minder beroep op is gedaan dan verwacht.
De volgende fiscale maatregelen zijn genomen:
• een tijdelijke verlaging van het btw-tarief van 19% naar 6% voor arbeidskosten bij de renovatie en herstel van woningen ouder dan twee jaar na het tijdstip van eerste ingebruikneming. Deze maatregel is van toepassing van 1 oktober 2010 in en vervalt per 1 juli 2011.
Vereniging Eigen Huis raadt de consument aan de totale aannemerssom te bekijken en de BTW over het arbeidsloon te herberekenen. Zo is de er zeker van dat het voordeel bij hem ligt en niet bij de aannemer.
• een tijdelijke verlenging van doorverkoopregeling in de overdrachtsbelasting met betrekking tot woningen van zes maanden naar twaalf maanden.
• een tijdelijke verlenging met een jaar van de maximumtermijn voor de hypotheekrenteaftrek van de leegstaande voormalige eigen woning en de leegstaande toekomstige eigen woning al of niet in aanbouw. In beide gevallen geldt de verlenging van deze termijnen voor de duur van twee jaar. Per 1 januari 2013 gaat voor beide situaties de normale termijn weer gelden.
• een herleving van de hypotheekrenteaftrek voor de leegstaande voormalige eigen woning na afloop van tijdelijke verhuur totdat de maximumtermijn voor de hypotheekrenteaftrek is bereikt. Deze regeling is tevens tijdelijk en duurt twee jaar. Het kabinet stelt voor de looptijd met een jaar te verlengen. Hierdoor is de regeling ook in 2012 nog van toepassing en vervalt de regeling pas per 1 januari 2013.
De niet-fiscale maatregelen betreffen:
• een verlenging van de verhoging van de Nationale Hypotheekgarantie (€ 350.000) met een jaar; en
• de inzet van door gemeenten teruggestorte middelen – van eerder aan hen toegekende subsidies voor monumentenzorg maar die niet (tijdig) werden uitgevoerd- voor woningbouwprojecten.





