Wanneer een stichting diensten verleent die ook door commerciële aanbieders worden verleend en daarmee winst behaald is het niet meer automatisch zo dat de stichting geen Vpb hoeft te betalen. Dat blijkt uit een uitspraak van de Arnhemse rechtbank van 26 juli jl.
Als het goed dient een stichting een ideëel doel. Dat volgt o.a. uit de wet. Het doen van uitkeringen aan betrokkenen bij de stichting valt niet te classificeren als een ideëel doel. Een stichting mag volgens de regels echter wel winst maken, die moet dan weer wel conform het doel van de stichting worden besteedt. Wanneer stichtingen zich aan die regels houden is er fiscaal doorgaans niet veel aan de hand. Dit kan anders zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank te Arnhem van 26 juli 2011.
Daar oordeelde de rechtbank de stichting als een onderneming. De stichting trad op voor organisaties die te maken hadden met schendingen van hun merkenrecht of auteursrecht. Dat is een activiteit waarmee de stichting de concurrentie aangaat commerciële organisaties die vergelijkbare diensten verlenen. De rechtbank vond daarom dat de belastinginspecteur terecht een aanslag Vpb had opgelegd.
Desondanks was het beroep dat de stichting bij de rechtbank had ingediend niet tevergeefs. De rechtbank vond wel dat het belastbaar bedrag veel te hoog was ingeschat. Het werd teruggebracht van € 100.000 naar € 18.391.





