Inkomstenbelasting niet omhoog door crisis

Steeds minder landen gebruiken de inkomstenbelasting om hun overheidstekorten aan te vullen. Ondanks de schuldenproblematiek is het aantal landen dat de inkomstenbelasting verhoogt, dit jaar ruimschoots gehalveerd ten opzichte van vorig jaar. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerd onderzoek van accountants- en adviesbureau KPMG.

Inkomstenbelasting hoog op agenda

Minder dan 15 procent van de onderzochte 96 landen heeft dit jaar veranderingen aangebracht in het tarief. In 2010 voerde bijna één op de drie landen een verhoging van de inkomstenbelasting door.

Spanje is dit daar jaar het enige land in de top 20 van ’s werelds belangrijkste economieën dat een belastingverhoging heeft doorgevoerd. “Hoewel de inkomstenbelasting dit jaar bij veel overheden hoog op de agenda staat als gevolg van de financiële situatie waarin zij verkeren, heeft dit tot nu toe niet tot ingrijpende veranderingen geleid”, zegt Robert van de der Jagt van KPMG Meijburg & Co.

Grootverdieners

Van der Jagt: “Toch lijken er veranderingen op til. In landen als de Verenigde Staten, Frankrijk en Italië gaan nu stemmen op om de inkomstenbelasting te verhogen voor de grootverdieners. En ook in Nederland zijn er geluiden om het hoogste tarief op te trekken naar 60 procent, waarmee ons land overigens uitgroeit tot het land met het hoogste belastingtarief in de wereld. Dat betekent in ieder geval dat het landschap er over twaalf maanden wel eens heel anders uit zou kunnen zien.”

Oost-Europa

Hoewel er aanzienlijke verschillen zijn in het belastingtarief tussen de diverse regio’s, hebben de belangrijkste veranderingen dit jaar in Europa plaatsgevonden. Van der Jagt: “Zo ligt het tarief in Oost-Europa op iets meer dan 17 procent. Dat is minder dan de helft van het tarief dat de andere regio’s in Europa hanteren. Dit lage tarief in een gevolg van de introductie van de vlaktaks een paar jaar geleden.

Het relatief lage tarief in Oost-Europa wordt nog een benadrukt door Hongarije dat het tarief dit jaar verlaagde van 32 tot 16 procent en ook overging op een systeem van vlaktaks. In Zuid-Europa benadert het gemiddelde tarief de 39 procent. Alleen Spanje en Portugal verhoogden dit jaar het tarief. In Spanje betrof het met name de hogere inkomens. Spanjaarden betalen over de top van hun inkomen nu 2 procent meer, waardoor zij nu 45 procent betalen over alles dat zij meer verdienen dan 175.000 euro.

Kijken we naar Oost-Europa met een gemiddeld tarief van 40 procent, dan zien we minimale veranderingen in Letland, Finland, Zweden, IJsland en Ierland. Letland verlaagde zijn vlaktaks met 1 procent en in Finland, Zweden en IJsland zorgden veranderingen in de regeringssamenstelling voor kleine veranderingen.”

Wereldwijd blijft West-Europa de regio met het hoogste tarief, zo blijkt uit het onderzoek van KPMG. Gemiddeld bedraagt het tarief ruim 45%. Binnen West Europa zijn het alleen een aantal Zwitserse kantons die een aantrekkelijk tarief hanteren. Als enige land binnen deze regio verhoogt Luxemburg dit jaar het tarief.

Aruba heft toptarief

Wereldwijd heft Aruba op dit moment met een tarief van 59 procent de meeste belasting. Andere landen die in de top tien staan zijn Zweden (57%), Denemarken (55%), Nederland (52%), en Oostenrijk, België en het Verenigd Koninkrijk (50%). Naast Aruba is Japan het enige grote land buiten Europa met een tarief van 50 procent of meer.