De Belgische banken zijn bereid om te praten over een register van bankrekeningen zodat de fiscus bij tekenen van fraude alle bankrekeningen van de belastingplichtige kan inkijken. Is dat wel een goed idee?
Dat het bankgeheim internationaal onder druk staat, is niets nieuws. Ook in ons land woedt de discussie volop, al was het maar omdat de OESO die ontwikkelingen in ons land met een bijzondere aandacht opvolgt. Het parlement moet zich uitspreken over een wetsvoorstel om het bankgeheim op te heffen voor rekeningen van buitenlanders in ons land. Daarnaast wordt in de commissie Financiën van de Kamer besproken wat er in de plaats kan komen voor het bankgeheim voor Belgen met rekeningen in eigen land.
Fraude
Carl Devlies, staatssecretaris voor de coördinatie van Fraudebestrijding, vindt dat bij concrete aanwijzingen van fraude het bankgeheim opgeheven moet kunnen worden. “Zelfs als er concrete aanwijzingen van fraude zijn, blijft het bankgeheim in ons land momenteel meestal overeind. Dat is een gevolg van een wetgeving die erg strikt wordt geïnterpreteerd.
Michel Vermaerke, gedelegeerd bestuurder van Febelfin, gaf in de Kamercommissie alvast aan dat de financiële sector wil samenwerken met de fiscus. Hij toonde zich ook bereid om te praten over een register met bankrekeningen, zodat de fiscus er zich van kan vergewissen dat er geen verborgen rekeningen meer zijn. Devlies: “Omdat de nummers snel meegedeeld moeten kunnen worden en er in België ongeveer 190 banken en verzekeringsinstellingen actief zijn, is het nodig een uniek elektronisch loket voor de hele sector uit te bouwen dat erin slaagt op korte termijn alle door de fiscus gevraagde gegevens te leveren. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om een superdatabank, noch om een vermogenskadaster.”
Big Brother
Zo’n uniek elektronisch loket betekent zeker niet dat de fiscus voortdurend de gegevens van eender welke belastingplichtige kan opvragen. Bankgegevens mogen niet te grabbel worden gegooid!
De fiscus mag nooit uitgroeien tot Big Brother. Maar we moeten wel een nieuw evenwicht vinden tussen het recht op privacy en het recht op efficiënt bestuur”, zegt Carl Devlies.





